Het artikel met bovenvermelde kop in de Ware Tijd van vandaag is ergerlijk misleidend, want je begint –niet beter wetend– te lezen in de veronderstelling dat alle militairen zijn getest en daarvan 27%… Niets blijkt minder waar, want het gaat hier enkel om soldaten die gevochten hebben in de Binnenlandse Oorlog en daarvan lijdt 27,5% aan een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS). Even ergerlijk is het gerbruik van de term ‘kort lontje’ in dit verband, waarmee de patiënten in wezen gewoon niet au sérieux worden genomen.
dWT schrijft: “De gevolgen van PTSS zijn legio, maar zij verwoest veelal het leven van het slachtoffer zelf en de mensen in de directe omgeving. De PTSS’er heeft een kort lontje, slaapt slecht, beleeft het gebeurde opnieuw in nachtmerries en flashbacks, of vermijdt zoveel mogelijk andere mensen en vreemde situaties. Vaak is bijvoorbeeld sprake van huiselijk geweld, omdat slachtoffers zichzelf emotioneel niet in bedwang kunnen houden. Andere gevolgen zijn drugsgebruik en sociale afzondering.” Alweer volkomen misplaatst: “kort lontje”, schrijf voortaan in vredesnaam: “omdat slachtoffers zichzelf emotioneel niet in bedwang kunnen houden.”
PTSS is een psychische aandoening die is ingedeeld in de categorie angststoornissen. De stoornis ontstaat als gevolg van ernstige stressopwekkende situaties, waarbij sprake is van acute en directe levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de fysieke integriteit. Dit kan tijdens een oorlog ontstaan, maar ook door gewelddadige overvallen, natuurrampen, verkrachting, een verkeersongeluk of mentaal of fysiek misbruik in de vroege jeugd.
De afgelopen anderhalf jaar zijn 359 personen getest. Bij 99 van hen is PTSS gediagnosticeerd. Van de 314 ex-militairen lijden er 67 aan het syndroom, hetgeen neerkomt op 21%. Bij actieve militairen ligt het percentage ruim driemaal zo hoog: bij 32 van de 45 –dat is 71%– werd het psychische probleem geconstateerd. Psychiater Rudi Dwarkasing van het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS) stelde jongstleden vrijdag tijdens een presentatie dat dat komt omdat de laatste groep strenger is geselecteerd.
De behandeling van patiënten –momenteel 82– is in volle gang. Hoeveel van deze militairen daadwerkelijk genezen, is nog onduidelijk. Maar het gaat de goede kant op. Dwarkasing verwacht dat eind van dit jaar iedereen is behandeld. Daarmee is het werk echter niet af. “Er zou beleid moeten komen om andere risicogroepen te onderzoeken. Daarvoor zijn er nog geen concrete plannen.” Daarmee doelt hij op het Korps Politie Suriname, de Militaire Politie en het Korps Brandweer Suriname. Daarnaast is er ook vraag vanuit de bevolking. Bijvoorbeeld de mensen die de gebeurtenissen in Papatam hebben meegemaakt. Of denk aan verkeersslachtoffers. Gelukkig is de Vereniging voor Verkeersslachtoffers al van plan dit probleem aan te pakken.”
Er zijn al serieuze stappen ondernomen om het probleem het hoofd te bieden. Vorige maand ontvingen vijf psychiaters het certificaat voor de KEP-behandeling (Korte Eclectische Psychotherapie), een methode om PTSS te behandelen. De bedoeling is dat zij een trauma-team gaan vormen dat in actie komt na bijvoorbeeld een ramp. Gisteren was de eerste grote samenkomst om het probleem niet alleen te bespreken, maar vooral ook om het onder de aandacht te brengen. De ministers Fernald van Defensie en Waterberg van Volksgezondheid, de opperbevelhebber van het Nationaal Leger, de directeur van Defensie en de Amerikaanse ambassadeur waren onder de aanwezigen. De dag had een internationaal tintje, omdat deze was georganiseerd in samenwerking met de Amerikaanse staat South Dakota, waarmee Suriname een vriendschappelijke band onderhoudt. Vier specialisten uit de VS belichtten het probleem van verschillende kanten.
———
(foto: “De Schreeuw”, beeld van Jeroen Henneman in het Oosterpark te Amsterdam bij de dood van Theo van Gogh)

Brainwave