
(Ernesto Che Guevara, wellicht de meest geïdealiseerde en geromantiseerde revolutionair aller tijden)
Reeds eerder is hier geconcludeerd dat Bouterse bescheidenheid past, maar dat bescheidenheid Bouterse niet past, en daar geeft hij al snel en duidelijk blijk van. Allereerst konden hij en z’n politieke trawanten niet wachten totdat de termijn van de zittende president afloopt, iets wat eerst is rechtgetrokken toen bleek dat Bouterse een groots ceremoniëel met ‘bevriende’ staatshoofden wil, en daar is tijd voor nodig, tijd die hij zichzelf wél, maar Venetiaan níet gunt.
Controversiëel als Bouterse altijd al was en nog altijd is, loopt hij onmiddellijk met dezelfde oogkleppen op van dertig jaar geleden in de enige richting die hij kent: de revo-richting. Niet alleen moet een massa-hysterie-meeting worden georganiseerd om Bouterse als de onschuld in persoon voor het oog van ‘het volk’ te laten inzweren door de enige en onovertroffen witchcraft-doctor-‘bischop’-kwakzalver Meye, ook moeten ‘bevriende’ staatshoofden als Castro, Chavèz, Morales en andere ‘revo-angehauchte’ regeringsleiders aan zijn inauguratie luister bijzetten. Jammer alleen dat zijn beste vriend, Maurice Bishop (de enige echte) van Grenada (“it’s you or them!”), niet meer is.

(Maurice Bishop en Fidel Castro)
Wat leren we hieruit? Eerst en vooral dat Bouterse dezelfde koppige sergeant is die hij dertig jaar geleden al was. Wanneer hij zegt geleerd te hebben uit het verleden, zwamt hij uit z’n nek. Niet alleen voor het Surinaamse volk, maar voor het oog van de hele wereld zal en moet Bouterse met veel ‘Pomp and Circumstance’ worden gerehabiliteerd. Dat ‘kleine Indiaanse jongetje’, dat groot genoeg was om vijftien onschuldige burgers te (laten) vermoorden, is te klein om de consequenties van zijn daden te aanvaarden.
Na al Bouterse’s bezweringen aan zijn kiezers dat hij het ánders zou gaan doen, maakt hij zich schuldig aan dezelfde fouten en dezelfde corruptie waarvan hij zijn tegenstanders altijd al betichtte. En ondanks Bouterse’ bezwering dat de verdrachtsgelden zijn opgedroogd en dat de staatskas leeg is en wij Surinamers de broekriem moeten aanhalen, geeft hij zelf op voorhand royaal geld uit: een ingericht en bemand bureau voor zijn interim periode en een feest, niet voor het volk, maar voor zijn bevriende staatshoofden. Degenen die het nog niet wisten of nog niet wilden weten, die weten nu toch wel zeker dat het de verkeerde kant opgaat: de revo-kant.

Leave a Comment!