Waarom heeft Bert Eersteling (toch niet de eerste de beste, want hoofd Bureau Onderwijs Binnenland MINOV) met zijn in bijna alle Surinaamse dagbladen geplaatste artikel “Heeft Haïti nog bestaansrecht?” geen lering getrokken uit de door hem zelf opgediste geschiedenis van Haïti en uit zijn eigen (!) exposé hoe de Haïtianen door de eeuwen heen met behulp van de voodoo-cultus zijn geëxploiteerd, in plaats van te concluderen dat Haïti geen bestaansrecht meer heeft? Zeker op dit moment, waar Haïti getroffen is door de grootste ramp uit zijn bestaansgeschiedenis, is deze stelling van Eersteling niet minder dan een dolksteek in de rug van een door de eeuwen heen geteisterde natie, nog wel een dolksteek door een blaka brada. Van een pedagoog zou men anders hebben verwacht.
De Haïtianen vormen een heldhaftige natie, zoals zij twee eeuwen geleden hebben aangetoond door zich als eerste en enige volk ter wereld zelfstandig te bevrijden van het juk van slavernij en bezetting. Als ware tovenaarsleerlingen van de Fransen met hun nog recente revolutie hebben zij eenzelfde kunstje geflikt en de Franse bezetters buiten gezet. Hiermee hebben zij zich niet alleen voor eeuwig een plaats verworven op de Olympus, maar hebben zij ook hun blijvend recht van bestaan aangetoond.
Desalniettemin denkt Eersteling nu “dat door de VN serieus nagedacht moet worden of Haïti als land wel bestaansrecht heeft”. Want zegt hij “een land zonder overheidscontrole, rechtsprincipe, democratie en met veel corruptie lijkt mij een mislukte staat”. Om het nog erger te maken voegt hij eraan toe: “Het zal als ongelovig klinken als ik conservatief stel dat de vele duistere en lugubere zaken die zich gedurende eeuwen op massa-niveau voltrokken hebben op dit eiland, de reden is waarom het ook niet goed kan gaan met Haïti. Ook wil ik niet stellen, zoals anderen wel gesteld hebben, dat er kennelijk een pact met de duivel gesloten is, als gekeken wordt naar de manier van beoefening van de voodoo-cultus. Hoewel ik niet durf het vorenstaande te beweren, leeft in mij wel het gevoel dat iets à la het Bijbelse verhaal over Sodom en Gomorrah zich aan ons manifesteert. Een fata morgana. Tja, ben ik gelovig? Zoek het maar eens uit.”
Volstrekt overbodig dit uit te zoeken, Eersteling is een ordinaire bijgelovige die z’n bijgelovige ideeën niet voor eigen rekening durft nemen (“ook wil ik niet stellen, zoals anderen wel gesteld hebben”), maar intussen poneert hij ze wel. Eersteling is een lafbek die zich met z’n eigen bijgelovige ideetjes achter anderen verschuilt. Dat bijna alle Surinaamse kranten het geplaatst hebben grenst dan ook aan het welhaast ongelofelijke.

Bert Eersteling