(Aan de Grondenrechtenconferentie waren kosten noch moeite gespaard. Het vakantieoord Colakreek [foto boven] was twee dagen lang hermetisch afgesloten, zonder accreditatie kwam je er niet in. Op de gastenlijst stonden zo’n 700 genodigden, van volksvertegenwoordigers, regeringsleden, binnenlandse gezagsdragers tot vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties. Cohorten veiligheidsagenten, brandweerlui, militairen, paramedici en politiemannen waren opgetrommeld om alles in goede banen te leiden. Kostprijs: SRD 2 miljoen, ongeveer € 450.000.)
Behalve de organisatoren zal niemand er verbaasd over zijn dat de Grondenrechtenconferentie is mislukt. Al was het maar omdat Bouterse het nodig vond zulks voortijdig te verklaren en de ‘mishap’ voortijdig te beëindigen. Maar vanuit de verte had men het al kunnen zien aankomen. Naar mate de datum van de conferentie naderde verdrongen alle in de coalitie ‘belangrijke’ blakamans zich voor de microfoon om –overduidelijk in opdracht– te trompetteren dat Suriname’s grondgebied één en ondeelbaar is. Hoe groot hun gelijk dan ook moge zijn, zo kríjg je het niet!
(deelnemers Grondenrechtenconferentie)
Bouterse heeft –hoezeer ook van goede wil (ben ik bereid om eenmalig toe te geven)– op deze mislukking aangestuurd, want in zijn ijver om het góed te doen, is hij niet alleen zichzelf, maar –belangrijker nog– ook de Inheemsen en Marrons voorbij gelopen. Bovendien was de spanning rond het onderwerp, niet alleen met het groeien der jaren van onwil en uitstel, maar duidelijk ook met de door het Internationaal Hof gewezen vonnissen inzake Moiwana en Samaaka, steeds meer ‘tense’ geworden. Maar Bouterse, ‘eager’ om te presteren, greep z’n kans, want zeker met zó’n óververtegenwoordiging van Inheemsen en Marrons in zijn regering moest het mogelijk zijn deze jarenlang durende patstelling te doorbreken. Waarom ging het dan toch fout?
De Gran Krutu van februari naar aanleiding van de in het leven geroepen Commissie Ordening Goudsector had zijn schaduw al vooruit geworpen, maar Bouterse heeft het niet willen zien. Dáár heeft hij met veel verbaal geweld geprobeerd Inheemsen en Marrons te intimideren en naar zijn hand te zetten en heeft hij dóórgedrukt dat de ordening van de goudsector voorrang moest en zou hebben op de ordening van de grondenrechten. Alhoewel de Inheemsen en Marrons steeds weer opstonden om te verklaren dat éérst de grondenrechten moesten zijn geregeld, heeft Bouterse hun volledig genegeerd en is hij zijn eigen stoere weg gegaan. Dat was dus tot Colakreek en niet verder.
Ook hier is weer het bewijs geleverd dat Bouterse niets heeft geleerd uit het verleden, hij is en blijft dezelfde houwdegen als in 1980, 1982, and ever after. Hoezeer hij het gelijk ook aan zijn kant heeft dat met deze óververtegenwoordiging van Inheemsen en Marrons in zijn regering de kansen om tot een accoord te komen groter zouden moeten zijn dan ooit, heeft hij dat voordeel niet weten uit te buiten. Wat Bouterse tóen te horen heeft gekregen was duidelijk aan dovemansoren gericht. Teleurgesteld en bitter heeft hij zich teruggetrokken in de ivoren toren van zijn kabinet, om vandaar een ‘one-way’-ticket to Colakreek uit te schrijven. Niet de ‘pikin Indgi boy’ die hij beweert te zijn. Hoor en wederhoor was er niet bij, laat staan een échte krutu. Hoe kun je dan ooit concensus bereiken? Daarvoor moeten wij nu de prijs betalen.
Tekenend voor Bouterse’s éénrichting-denken is de manier waarop hij de conferentie te Colakreek voortijdig heeft beëindigd. Hij heeft op geen énkele manier zijn zin gekregen, dús stuurt hij de gasten plompverloren naar huis, oprotten. Hij heeft kennelijk niet verwacht wat hij opnieuw weer te horen heeft gekregen, maar hij heeft het ook niet wíllen horen. De vraag is welke blakamans hij bij de voorbereiding van deze conferentie heeft ingeschakeld. Als u het mij vraagt: géén. Okay, Linus Diko kon als verantwoordelijk (nou ja?!) minister niet helemaal buitenspel blijven, maar de klus is geklaard door Bouterse’s kabinet en een enkele specialist zoals Mr. Jennifer van Dijk-Silos. In plaats van alle tot zijn beschikking staande pionnen uit te zetten en naar het binnenland te sturen om te praten en te praten en te praten, heeft hij besloten het zelf beter te weten en te kunnen. Krutu’s zijn niet aan Bouterse besteed.
Wát nu is de grote vraag? Ja natuurlijk, hij zal het aan het parlement voorleggen en zoals we allemaal weten knikken die ja en amen, over en uit. Van Bouterse –en überhaupt in deze regeerperiode– hoeven we geen enkele initiatief meer te verwachten tot ordening van de grondenrechten, met alle gevolgen van dien. Van verschillende zijden is er door Inheemsen en Marrons al op aangedrongen opnieuw naar het Internationaal Hof te stappen om hun rechten op te eisen. De brute beëindiging van deze conferentie verschaft ze nu alle aanleiding om dat onmiddellijk te doen en opnieuw zal Suriname aan de schandpaal worden genageld voor veronachtzaming van “the rights of the indiginous people”, dankzij onze pikin Ingi boy.
tjauwa @Twitter ID Website