Wat een oneigenlijke heisa is er ontstaan rond de recent gepubliceerde rangorde van persvrijheid in alle landen ter wereld, uitgebracht door Reporters Without Borders (RFS), waarop Suriname zou zijn gestegen van de 35e plaats vorig jaar naar de 22e plaats dit jaar. Toen Ivan Cairo hiervan in de Ware Tijd verslag deed, na een gesprek te hebben gehad met voorzitter Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), was er eigenlijk nog niets aan de hand. Tot opeens ergens een lampje ging branden en de vraag werd gesteld hoe RFS aan deze beoordeling kwam, en toen eerst was de boot áán.
Ivan Cairo
Eerst tóen bleek –of mocht het publiek weten– dat Ivan Cairo als contactman van RFS een vragenlijst had toegestuurd gekregen die hij en nog een paar anderen naar eer en geweten moesten invullen om ze daarna te retourneren aan de organisatie. Toen kwamen ook twee andere saillante punten naar boven: 1) alle vragen op die lijst konden alleen met ja of nee worden beantwoord, wat natuurlijk godsonmogelijk is, en 2) de comparanten van Cairo bleken die lijst helemaal niet te hebben ingevuld en geretourneerd. Toen dit eenmaal naar buiten was gekomen, was dit voor Bouterse uiteraard een schot voor open doel.
Bij de eerste de beste gelegenheid dat Bouterse werd geconfrontreerd met de pers kon hij luid en vrijelijk verklaren er geen enkele behoefte aan te hebben om de pers ook maar een strobreed in de weg te leggen, iedereen mag van hem zeggen wat hij wil. Jammer genoeg was het verzamelde journaille niet assertief genoeg om hem te vragen waarom hij dan recent nog Dagblad Suriname en De West voor enige tijd de mond had gesnoerd.
In Bakana Tori van vrijdag deed Cliff Limburg het na een aantal vragen aan Cairo nog eens dunnetjes over, de pers wordt vanuit de regering alle medewerking verleend en natuurlijk, ze leggen de pers geen strobreed in de weg. Daarbij prees hij stom genoeg die duffe vrijdag-bijlage van de Ware Tijd en Times of Suriname aan, “De Overheid” geheten, als bewijs van openheid vanuit de regering. Dat daarin leugens worden verteld over Cessna’s onder beheer van het Nationale Leger die zogenaamd al 10 jaar staan te verrotten, maar die naar nu blijkt regelmatig zijn gebruikt buiten medeweten van de opperste legerleiding om, heeft hij wijselijks niets gezegd en heeft het journaille helaas óók weer niets gevraagd.
Het is pijnlijk om te zien hoe ‘de journalisten’ in hun eigen voet schieten. Leeuwin zag in eerste instantie, zijn eerste gesprek met Cairo, in wezen geen problemen, totdat hij door de losgebarsten discussie wakker werd en ijlings de RFS ging aanschrijven. Het prompte antwoord van RFS met hun excuses is even bevreemdend, alsof zij niet geweten zouden hebben hoe er geënquêteerd wordt! Cairo op zijn beurt heeft er nooit een probleem van gemaakt dat de beoordeling plaats vond op basis van een vragenlijst waarop alleen met ja of nee te antwoorden valt, kennelijk vond hij dat al die tijd heel gewoon, hoe onmogeloijk dat ook is. En de comparanten van Cairo zijn natuurlijk helemaal onverantwoordelijk stil gebleven.
Om nog maar eens te herhalen wat ik hier eerder heb gezegd: persvrijheid is een groot goed, maar wat doe je ermee? Laten de journalisten eindelijk hun werk gaan doen, de journalistiek is geen spelletje. Hieraan wil ik nog een suggestie toevoegen: laat de RFS voortaan ook een jaarlijkse lijst publiceren die de journalistieke kwaliteit per land weergeeft, die is minstens even interessant.
Engel! @Twitter ID Website